De hangende tuin

Acryl op schilderspapier, 15x12 cm, 2025
De hangende tuin gaat over het verschil tussen onze binnenwereld en de wereld om ons heen. Midden in een uitbundig bloeiende tuin zit een man ineengedoken in een rode stoel. Zijn hoofd rust in zijn arm. Misschien huilt hij, misschien ziet hij het even niet meer zitten. Alles om hem heen groeit en bloeit, terwijl hijzelf juist stil lijkt te staan.

 

Maar het werk kan zowel van buiten naar binnen als van binnen naar buiten worden begrepen. Want is stilstand werkelijk het tegenovergestelde van groei? Zien we niet juist iemand die accepteert dat een mens niet voortdurend vooruit hoeft? Dat stilstaan, verdriet toelaten en je tijdelijk terugtrekken geestelijk gezien óók vormen van groei kunnen zijn.
 
Daarbij oogt het werk ook opvallend huiselijk en comfortabel. De man draagt sloffen en heeft zijn fauteuil midden tussen de planten gezet. Hij had zich ook binnenshuis kunnen verstoppen, alleen in een donkere hoek. In plaats daarvan heeft hij zijn kwetsbaarheid mee naar buiten genomen en zichzelf midden tussen het groeiende leven geplaatst. De tuin sluit hem niet buiten, maar lijkt hem bijna te omarmen.
 
Soms ook kan een locatie nog zo mooi of uniek zijn, maar heb je heimwee naar de omgeving waarin je bent opgegroeid. Dat beeld is vaak echter heel subjectief ingekleurd. Je weet niet zeker of je binnenwereld klopt met hoe de buitenwereld ooit was.
In die zin is de titel van het werk een knipoog naar de hangende tuinen van Babylon.


Zo kan de houding van de man zowel verdriet, heimwee als berusting uitdrukken. Misschien kijken we niet naar iemand bij wie alles tot stilstand is gekomen, maar juist naar het moment vlak vóór een nieuw begin. In de natuur betekent stilstand vaak dat iets niet meer groeit. In de menselijke binnenwereld kan het precies andersom zijn.