In De zwaartekracht verdraaien zien we een man die zich aan ringen vasthoudt en zijn lichaam in een bijna onmogelijke houding door de lucht beweegt. Alles om hem heen oogt juist vertrouwd en rustig: een tuin, bloemen, een pad, een kar en zelfs een slapende kat. Alleen de man lijkt zich niet meer aan de vanzelfsprekende regels van deze wereld te houden.
De man heft de zwaartekracht niet op. Hij verdraait haar. Juist daarin zit de kracht van het werk. Niet alles wat zwaar is kan verdwijnen en niet iedere werkelijkheid kunnen we veranderen, maar soms kunnen we wel veranderen hoe we ons ertoe verhouden. Wat eerst alleen naar beneden leek te trekken, kan dan juist een kracht worden waarmee je beweegt.
De rustige tuin versterkt dat contrast. De wereld om hem heen gaat onverstoorbaar verder, terwijl hij midden in die alledaagse werkelijkheid zijn eigen regels lijkt te ontdekken. Misschien betekent vrijheid daarom niet dat er geen zwaartekracht meer bestaat, maar dat je leert er op je eigen manier mee te bewegen.
