In Binnenstebuiten zien we het hoofd van een vrouw in een centrifuge, zo snel ronddraaiend dat haar gezicht uiteen lijkt te vallen in cirkels en banen. Haar blauwe ogen vormen samen een ring die doet denken aan een wereldbol. De mond bevindt zich in het midden en lijkt de kern te zijn. Zo ontstaat een beeld dat tegelijkertijd iets weg heeft van een gezicht, een wereld en een zon.
Het werk gaat over de soms verwarrende zoektocht naar wie je bent. Want wanneer je steeds verder naar binnen kijkt, kom je dan dichter bij jezelf, of creëer je juist een nieuwe wereld om jezelf heen? In Binnenstebuiten is nauwelijks nog vast te stellen of we van buiten naar binnen kijken of van binnen naar
Onze blik naar buiten bepaalt mede onze binnenwereld, terwijl wat zich vanbinnen afspeelt weer bepaalt hoe we de wereld om ons heen zien. Binnenstebuiten laat die twee werelden zo snel om elkaar heen draaien dat uiteindelijk de vraag ontstaat waar de ene ophoudt en de andere begint.
